NIEUWSBRIEF 4, MAART 2000

Het peuterspeelzaalwerk volop in de belangstelling

Algemeen

Dat het peuterspeelzaalwerk momenteel volop in de belangstelling staat zal de lezer bij het lezen van deze Nieuwsbrief duidelijk worden. Het LPP is bij een aantal van die ontwikkelingen direct of indirect betrokken. In toenemende mate wordt het LPP gevraagd mee te denken en informatie te verstrekken. Als LPP zijn wij, voor zover het om peuterspeelzaalwerk gaat, het enige landelijke informatiepunt. Op zich heel verheugend, maar tegelijkertijd legt het in toenemende mate een grotere verantwoordelijkheid bij het LPP. Die verantwoordelijkheid wordt zeker gevoeld wanneer er om standpunten wordt gevaagd. Het LPP maakt dan ook steeds haar positie duidelijk en blijft vermelden dat de belangrijkste rol van het LPP is 'het leveren van een bijdrage aan het hoger op de politieke agenda doen komen van de werksoort, het profileren van de werksoort en het komen tot adviesnormering ten aanzien van het peuterspeelzaalwerk'. Het LPP weet zich daarbij inmiddels gesteund en gelegitimeerd door meer dan 400 organisaties, waarvan ruim 360 organisaties voor peuterspeelzaalwerk.Deze Nieuwsbrief bevat veel informatie, die wellicht op dit moment niet voor iedere organisatie van direct belang is. Maar het zijn wel ontwikkelingen die t.z.t. ook zeker invloed zullen hebben op de kleinere zelfstandige peuterspeelzalen. Voor diegenen die meer informatie willen hebben is aan het eind van de Nieuwsbrief een literatuurlijstje opgenomen.

Spraakverwarring

In steeds meer beleidsstukken worden peuterspeelzalen nadrukkelijk naast de kinderdagverblijven gezet, waarmee in toenemende mate blijk wordt gegeven van het feit dat ook beleidsmakers en politici in de gaten krijgen dat het dus blijkbaar om verschillende voorzieningen gaat. Toch blijkt er nog steeds rond begrippen als 'kinderopvang', 'kinderdagverblijven' en 'peuterspeelzalen' spraakverwarring te bestaan.De één heeft het over kinderopvang (kinderdagverblijven en peuterspeelzalen), de ander heeft het over kinderopvang en peuterspeelzalen en weer een volgende heeft het alleen over kinderopvang. Het LPP benadrukt steeds dat peuterspeelzalen, naast kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang binnen het totaal van de kindercentra een eigen positie innemen en een eigen rol vervullen. Het LPP hanteert het begrip 'kindercentra' als overkoepelende aanduiding voor peuterspeelzalen, kinderdagverblijven, specialistische kinderdagverblijven, voorzieningen voor buitenschoolse opvang enz. Voor een duidelijke positionering van het peuterspeelzaalwerk is het naar de mening van het LPP zaak dat men weet waarover het gaat.

[Terug] [Omhoog]

Jeugdbeleid in Ba(la)ns

In het Bestuursakkoord nieuwe Stijl (BANS), dat op 4 maart 1999 door kabinet, IPO en VNG werd ondertekend, werd onder andere afgesproken een gezamenlijke visie op het jeugdbeleid te ontwikkelen. Op 1 december 1999 werd in het Overhedenoverleg die visie, getiteld 'Jeugdbeleid in Bal(la)ns' vastgesteld. De visie werd geformuleerd in de vorm van vijf criteria voor een gezamenlijk jeugdbeleid. De overheden spraken af:

  • beleid maken met (en hun opvoeders) en niet over hun hoofden heen;
  • balans brengen in het jeugdbeleid door niet alleen te focussen op de problemen, maar ook te investeren in versterking van algemene voorzieningen voor jeugdigen;
  • niet wachten tot problemen ontstaan, maar inspelen op situaties waarin jeugdigen extra risico lopen;
  • er gezamenlijk voor zorgdragen dat de instellingen een samenhangend aanbod realiseren dat een adequaat en herkenbaar antwoord geeft op de vragen van jeugd en hun ouders.
  • projectenbeleid in onderling overleg zullen inzetten ter versterking van het structurele aanbod.

De betrokken overheden spraken verder af nog in deze kabinetsperiode overal in Nederland een structurele versterking van het samenhangend aanbod voor kinderen van 0 tot 6 jaar en hun ouders te realiseren. Dit zou in concreto er toe moeten leiden dat aan alle kinderen optimale ontwikkelingsmogelijkheden en een goede toerusting voor het basisonderwijs wordt geboden, met bijzondere aandacht voor kinderen die iets extra's nodig hebben.

Ten aanzien van het peuterspeelzaalwerk constateren de 3 overheden dat in meer dan de helft van de gemeenten wachtlijsten bestaan en dat de kwaliteit van het aanbod en de deskundigheid van de beroepskrachten op tal van plaatsen een knelpunt is. Er is dan ook volgens de 3 overheden een impuls nodig voor de versterking van de capaciteit en kwaliteit van het peuterspeelzaalwerk.

In 'Jeugdbeleid in Ba(la)ns' wordt door de drie betrokken overheden geconstateerd dat, nadat het kabinet de afgelopen jaren extra middelen beschikbaar heeft gesteld voor onder meer uitbreiding van de kinderopvang, klassenverkleining, verbetering van de sociale infrastructuur en veiligheid en voor de jeugdzorg, het noodzakelijk is om de komende periode extra in te zetten op de samenhang in het beleid voor 0-6 jarigen. Een belangrijk accent hierbij zal komen te liggen bij het schakelmoment rond het vierde levensjaar. Dit vanuit de constatering dat daar te weinig op is ingezet en dat het beleid voor de latere fase in de ontwikkeling van het kind moet kunnen worden neergezet op een stevig fundament.

De gezamenlijke overheden willen in het beleid voor de jongste groep met voorrang aandacht geven aan het opheffen van knelpunten in het algemene voorzieningenniveau. Het gaat daarbij enerzijds om bereik en kwaliteit van de voorschoolse voorzieningen en de doorgaande lijn van voorschools naar vroegschools. Prioriteit wordt gegeven aan het versterken van de voor- en vroegschoolse educatie van kinderen in achterstandssituaties. Het accent daarbij zal liggen op het voorkomen en opheffen van taal- en ontwikkelingsachterstand. Anderzijds zal tegelijkertijd aan de samenhang in het beleid gericht op alle kinderen van 0-6 jaar en hun ouders voorrang worden gegeven.

[Terug] [Omhoog]