\
|
Nieuwsbrief nummer 7, maart 2001Algemene ontwikkelingenLiesbeth Hesselink is per 1 maart 2001 gestopt als Makelaar VVEMet ingang van 1 maart j.l. heeft Liesbeth Hesselink (makelaar VVE) het PMPO (Procesmanagement Primair Onderwijs) verlaten. Het LPP heeft de afgelopen tijd veel steun van Liesbeth ondervonden. Komend vanuit de onderwijshoek had Liesbeth altijd veel oog voor de positie van het peuterspeelzaalwerk binnen de VVE (Voor- en Vroegschoolse Educatie). Een delegatie van het LPP heeft tijdens een receptie, na afloop van een ter gelegenheid van haar vertrek gehouden mini-symposium Liesbeth hartelijk bedankt voor haar energieke inzet binnen de VVE voor haar support naar het peuterspeelzaalwerk. Eveline Stetter nieuwe makelaar VVE naast Caroline GelauffOp 5 maart werd Liesbeth Hesselink opgevolgd door Eveline Stetter. Eveline was als senior beleidsmedewerker werkzaam bij afdeling onderwijs van de gemeente Utrecht. Eerder was zij stafmedewerker en secretaris bij respectievelijk de Adviesraad Basisonderwijs en de Adviesraad voor het Onderwijs. Vanaf 5 maart is Eveline drie en een halve dag per week naast Caroline Gelauff van het NIZW als makelaar VVE in dienst bij het PMPO. Nieuwe regeling VVE per 1 oktober 2000 van krachtDe Regeling voor- en vroegschoolse educatie (VVE), kenmerk PO/OO/2000 6729, Uitleg OCenW-regelingen nr. 11/12 van 19 april 2000, werd met de komst van de nieuwe regeling ingetrokken. Deze regeling trad in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in Uitleg OCenW-regelingen en werkt terug tot en met 1 mei 2000. Gele katern 6 oktober 2000, nr. 24,. Kenmerk: PO/OO/2000/23894 Peuterspeelzaalwerk niet in Basiswet KinderopvangDe Basiswet Kinderopvang volgt inmiddels de procedurele gang naar vaststelling. Het Peuterspeelzaalwerk maakt van de ontwerpwet geen onderdeel uit. Het is echter nog steeds niet uitgesloten dat een aantal kwaliteitsaspecten van het peuterspeelzaalwerk alsnog in de wet zullen worden opgenomen. Keuzegids VVE is uitDe makelaar VVE bracht eind 2000 een keuzegids uit. In deze keuzegids staan o.a. alle voorschoolse programma's beschreven. De keuzegids is te downlowden van de website van de makelaar VVE. Info-peuterspeelzalen in de maakVoor het eerst verschijnt er dit jaar een info met korte en bondige informatie over peuterspeelzaalwerk. Al eerder verscheen er een info-Kinderopvang en een info-Buitenschoolse opvang. Info Peuterspeelzaalwerk 2001 geeft de lezer een actueel overzicht van de gehele sector. De lezer krijgt informatie over kwaliteitsverbetering, schaalvergrotingsoperaties en samenwerkingstrajecten in het peuterspeelzaalwerk. Ook de Voor- en Vroegschoolse educatie (VVE) komt aan bod. Daarnaast worden vanuit de dagelijkse praktijk van het peuterspeelzaalwerk allerlei praktische, met name organisatorische, tips gegeven. Verschijning medio 2001. Te bestellen bij Elsevier Bedrijfsinformatie bv, Uitgeefgroep Overheid, Antwoordnummer 93225, 2509 WB Den Haag. ISBN 90 5749 6887. Het boekje bevat ca 200 pagina's Prijs fl. 46,--. In abonnement fl 39,--. Nieuwsbrief Makelaar VVEDe Makelaar VVE geeft enkele malen per jaar de 'VVE-nieuwsbrief' uit. Abonnementen te verkrijgen door schriftelijke aanvraag bij: PMPO, Postbus 85927, 2508 CP Den Haag. E-mail: pmpo@pmpo.nl Fax: 070 - 364.21.90. Voor vragen over het werkveld VVE bellen naar: Info-lijn: (030) 230 66 03 De makelaar VVE heeft ook een eigen website: www.vveducatie.nl. Vragen en opmerkingen over het werkveld VVE kunt U kunt mailen naar: vveducatie@nizw.nl. Project "Sterk Peuterspeelzaalwerk van de VOG)De VOG (de ondernemingsorganisatie voor welzijn, jeugdhulpverlening, peuterspeelzaalwerk en kinderopvang). Bezoekadres VOG: Admiraal Helfrichlaan 1, 3527 KV Utrecht. Het postadres: Postbus 3332, 3502 GH Utrecht. Het project Sterk Peuterspeelzaalwerk is binnen de VOG ondergebracht bij de afdeling projecten. Meer informatie over het project is verkrijgbaar bij de projectleider, Mw. R. van Dueren den Hollander, tel. nr. 030 - 298 34 82, bereikbaar op dinsdag en donderdag). In het kader van dit project zal er periodiek een Nieuwsbrief verschijnen. BOink op de bres voor een beter peuterspeelzaalwerkBOink (Bond van Ouders In de Kinderopvang) heeft onlangs op een duidelijke en zeer heldere manier duidelijk gemaakt dat het de hoogste tijd is voor een betere facilitering van het totale peuterspeelzaalwerk. Convenant ergonomie in de Kinderopvang uitgebreid met de sector Peuterspeelzaalwerk.Tijdens een in december 2000 gehouden overleg met het AWO - fonds (Stichting Arbeidsmarkt-, Werkgelegenheids- en Opleidingsfonds voor de sector zorg en welzijn) bleek dat ook de peuterspeelzalen in de nabije toekomst eisen gesteld zullen worden ten aanzien van het nemen van ergonomische maatregelen. Het is zaak dat organisaties voor peuterspeelzaalwerk zich omtrent deze ontwikkelingen goed laten informeren. Op zich is het opnemen van het peuterspeelzaalwerk in een dergelijk convenant (wat overigens niet vrijblijvend is !) een goede zaak. De zorg, die het LPP heeft geuit ten aanzien van deze ontwikkeling richt zich op een eventueel te snel invoeren van de eisen. Het LPP heeft het AWO - fonds nadrukkelijk gevraagd rekening te houden met een redelijke periode van invoering. Vervolgens heeft het LPP het fonds ook medegedeeld zich vooral vooraf te wenden tot de gemeenten. Gemeenten zullen goed geïnformeerd moeten worden en onderkennen dat ook zij een grote rol zullen moeten vervullen als het gaat om de ongetwijfeld met het aan de eisen voldoen gepaard gaande financiële gevolgen. Het LPP went zich met een noodkreet tot VWSHet LPP heeft zich via een brief gewend tot het Ministerie van VWS met de vraag of VWS het LPP wil faciliteren. Het LPP heeft zich inmiddels op het speelveld een niet meer weg te denken positie verworven. Het beroep dat velen in toenemende mate op het LPP doen is feitelijk niet meer als vrijwilligersorganisatie op te brengen. Stand van zaken onderzoek peuterspeelzaalwerk door VWSHet onderzoek naar de stand van zaken in het peuterspeelzaalwerk (gehouden in oktober / november 2000) heeft inmiddels geresulteerd in een eerste conceptrapport. In de volgende Nieuwsbrief hoopt het LPP de lezer ander te kunnen informeren over de belangrijkste conclusies van dit onderzoek. Nieuwe en pas ontdekte interessante websites:
Kwaliteitsprijs Klein Kapitaal 2001 voor de voorzitter van het LPPAan het slot van manifestatie "Buitenspelen", georganiseerd door het project Klein Kapitaal, ontving Ton Biesta (voorzitter van het LPP) uit handen van wethouder Jantine Vlam, van de gemeente Arnhem donderdag, 18 januari jl de Kwaliteitsprijs Klein Kapitaal 2001. Wethouder Vlam was voor deze gelegenheid speciaal naar Nieuwegein afgereisd. De manifestatie vond plaats in de Blokhove in Nieuwegein. Klein Kapitaal heeft als doel de ontwikkeling en invoering van een landelijk kwaliteitsstelsel in de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk. Ton Biesta ontving de prijs voor zijn werkzaamheden als voorzitter en mede-initiatiefnemer van Het Landelijk Platform Peuterspeelzalen. De prijs wordt toegekend aan personen of organisaties die zich buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt voor de bevordering van de kwaliteit in de kinderopvang en/of het peuterspeelzaalwerk. Het was voor de tweede keer dat deze (tweejaarlijkse) prijs werd uitgereikt. Citaat uit het juryrapport:"De kwaliteit van de kinderopvang is zo langzamerhand een belangrijk onderdeel geworden van het beleid van het Ministerie van VWS. Er is vooral door Ton Biesta veel moeite gedaan om ook het peuterspeelzaalwerk hierbij te betrekken. De peuterspeelzalen zijn van groot belang voor een grote groep ouders en kinderen, onder andere voor allochtonen als voorbereiding op de basisschool". Uit Kinderopvang nr 2, februari 2001:"Het LPP vertegenwoordigt inmiddels ruim 1.400 peuterspeelzalen en heeft zich daarmee geprofileerd als een speler in het belangenveld van de kinderopvang, aldus de jury. Ook is het Ton Biesta gelukt om het peuterspeelzaalwerk hoog op de landelijke politieke agenda te krijgen. De jury beschouwt de prijs als een eerbetoon aan een man die altijd het belang van het peuterspeelzaalwerk benadrukt heeft. De prijs bestond uit een oorkonde en een geldbedrag. Het LPP beschouwt de toekenning van deze prijs als een blijk van waardering en erkenning voor het gehele LPP. Gezien het feit dat de ontwikkelingen binnen de sector peuterspeelzaalwerk elkaar de afgelopen 1,5 jaar in een snel tempo opvolgen geeft aan dat het LPP in feite op het juiste moment aanwezig is om de sector in beeld te brengen.
Terugblik op Expert Meeting Peuterspeelzalen op 21 november 2001Tijdens de voorbereiding van de meeting bleek de belangstelling overweldigend. Vooraf was de organisatie uitgegaan van 100 deelnemers. Al snel bleek echter dat er veel meer dan 200 belangstellenden waren. Hierop werd besloten het deelnemersaantal uit te breiden naar 200. Het Landelijk Platform Peuterspeelzalen hoopt met deze dag in bredere zin duidelijk gemaakt te hebben wat er zoal beleidsinhoudelijk in de sector 'Peuterspeelzaalwerk' allemaal gaande is en hoe de sector daarop reageert. Gezien het open karakter van de bijeenkomst kon vooraf niet vaststaan wat het resultaat zou zijn. In het verslag (dat medio maart aan de deelnemers zal worden verzonden) wordt bij het onderdeel "Nabeschouwing' in het kort op het resultaat teruggekomen. Een samenvatting: De meeting werd gekenmerkt door een grote betrokkenheid bij het onderwerp. Duidelijk werd dat alle betrokkenen nog met veel vragen zitten. Vragen omtrent de uitvoering van de VVE - regeling en met name ook vragen rond de positionering en facilitering van het peuterspeelzaalwerk. Het onderwerp 'peuterspeelzalen zijn nauwelijks goed gefaciliteerd' overheerste de discussie zo af en toe. Hierdoor kwam de discussie over de kernfunctie van het peuterspeelzaalwerk wat in het gedrang. Duidelijk werd echter wel dat zowel de deelnemers aan het rondetafelgesprek als de experts in de zaal het eens waren over het feit dat het peuterspeelzaalwerk over betere financiële randvoorwaarden zou moeten kunnen beschikken. Duidelijk werd ook nog eens hoe betrokken en bevlogen de uitvoerders van het peuterspeelzaalwerk bij hun werk zijn. Men staat men open voor nieuwe uitdagingen. Als het gaat over de opdracht (de kernfunctie) van het peuterspeelzaalwerk spitste de discussie zich soms toe op "de tegenstrijdigheid": moet het peuterspeelzaalwerk nu een meer educatieve lijn (VVE) volgen of juist meer de pedagogische lijn (Pedagogische Vernieuwing). Hierdoor ziet de één de peuterspeelzaal steeds meer richting onderwijs gaan en de ander zou het peuterspeelzaalwerk veel liever samen met de kinderopvang zien opgaan in een brede pedagogische basisvoorziening voor nul tot vier jarigen dan wel nul tot zesjarigen. Of moet het peuterspeelzaalwerk zich juist verder ontwikkelen als een eigen sector ? De genoemde discussie lijkt bij de uitvoering van het peuterspeelzaalwerk betrokkenen nog niet echt te leven. Over het algemeen is men van mening dat een peuterspeelzaal niet mag verschoolsen (het moet blijven gaan om spelen). Verder vindt men dat een peuterspeelzaal geen vorm van kinderopvang is in termen van 'het leveren van een bijdrage aan arbeidsparticipatie van de ouders'. Gekeken naar de actualiteit van de dag bleek dat de angst voor een dreigende opsplitsing van het peuterspeelzaalwerk in: Reguliere peuterspeelzalen (De 'doorsnee' peuterspeelzaal met voor een groot deel de peuters waar-niets-mee-aan-de-hand-is) en Achterstandspeuterspeelzalen (waar gewerkt wordt aan het voorkomen van toekomstige achterstanden binnen het onderwijs gericht op specifieke doelgroepen) zeker aanwezig. Dit kwam oa tot uiting in de stellingname van 'eerst zorgen voor een goede basis(facilitering) en dan pas kijken naar de extra's. De vragen, "wat is de kernfunctie van het peuterspeelzaalwerk ?" en "hoe ziet de toekomst van het peuterspeelzaalwerk er uit ?", staan voor de komende tijd centraal. De tijd om, vanuit de sector peuterspeelzalen zelf, een antwoord op deze vragen te vinden is erg kort. Hierbij is de vraag reëel in hoeverre reeds ingezette beleidsontwikkelingen komend van buiten al niet te veel richtinggevend zijn. Vanuit de sector peuterspeelzaalwerk zak men moeten oppassen niet te veel en zeker niet te lang uitsluitend te praten over de slechte facilitering van het werk. Er zal veel meer aandacht besteed moeten worden aan wat het peuterspeelzaalwerk te bieden heeft. Vanuit het project 'Sterk peuterspeelzaalwerk' (VOG) zal een visiedocument "Peuterspeelzaalwerk in de 21ste eeuw" worden opgesteld. In dat document zal ondermeer worden ingegaan op de kernvragen "Wat is een peuterspeelzaal?" en "welke functies heeft het peuterspeelzaalwerk?". Het peuterspeelzaalwerk zal door middel provinciale discussiebijeenkomsten de gelegenheid krijgen aan deze discussie deel te nemen. Ook het LPP zal de discussie, in nauw overleg met de project Sterk peuterspeelzaalwerk, blijven initiëren.
Nieuwe regeling VVE heeft betrekking op 172 gemeentenEen essentieel verschil met de eerste regeling is dat in de tweede regeling scholen en peuterspeelzalen met een met een bereik van 50 % van de doelgroep in aanmerking kunnen komen voor vve-gelden. In de eerste regeling ging het een bereik van 70% van de doelgroepen. De regeling is te downloaden van oa de website van de makelaar VVE (www.vveducatie.nl). De regeling heeft betrekking op de volgende 172 gemeenten: Achtkarspelen, Alblasserdam, Alkmaar, Almelo, Almere, Alphen aan den Rijn, Ambt Delden, Amersfoort, Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Assen, Barneveld, Bergen op Zoom, Bergh, Beverwijk, Boxtel, Breda, Brummen, Brunssum, Bunschoten, Capelle aan den Ijssel, Coevorden, Cuijk, Culemborg, Delft, Delfzijl, Den Ham, Den Helder, Deventer, Doetinchem, Dongeradeel, Dordrecht, Dronten, Druten, Edam-Volendam, Ede, Eindhoven, Emmen, Enkhuizen, Enschede, Epe, Etten-Leur, Franekeradeel, Geldrop, Geleen, Gilze en Rijen, Goes, Gorinchem, Gouda, Groesbeek, Groningen, Gulpen-Wittem, Haarlem, Haarlemmermeer, Halderberge, Hardenberg, Harderwijk, Harlingen, Heemskerk, Heerenveen, Heerlen, Hellevoetsluis, Helmond, Hengelo (O), Heusden, Hilversum, Hoogeveen, Hoogezand-Sappemeer, Hoorn, Huizen, Ijsselstein, Kampen, Katwijk, Kerkrade, Kesteren Kollumerland en Nieuwkruisland, Landgraaf, Leerdam, Leersum, Leeuwarden, Leiden, Leidschendam, Lelystad, Lochem, Maassluis, Maastricht, Markelo, Medemblik, Meppel, Middelburg, Middenveld, Moordrecht, Nieuwegein, Nijkerk, Nijmegen, Noordoostpolder, Oisterwijk, Oldebroek, Oostburg, Oosterhout, Ooststellingwerf, Oss, Ouder-Amstel, Papendrecht, Purmerend, Reimerswaal, Rheden, Rhenen, Ridderkerk, Rijnwaarden, Rijssen, Rijswijk, Roermond, Roosendaal, Rotterdam, Rozenburg, Rucphen, Schiedam, Schouwen-Duiveland, 's-Gravenhage, 's-Hertogenbosch, Sittard, Sliedrecht, Smallingerland, Sneek, Soest, Someren, Spijkenisse, Stadskanaal, Staphorst, Steenwijk, Stein, Strijen,Terneuzen, Tholen, Tiel, Tilburg, Uden, Urk, Utrecht, Veendam, Veenendaal, Veghel, Veldhoven, Velsen, Venlo, Venray, Vianen, Vlaardingen, Vlagtwedde, Vlissingen, Voorburg, Vriezenveen, Vught, Waalwijk, Waddinxveen, Wageningen, Weert, Werkendam, Weststellingwerf, Winschoten, Winterswijk, Woensdrecht, Woerden, Zaanstad, Zaltbommel, Zeist, Zoetermeer, Zutphen, Zwijndrecht en Zwolle. Een essentieel verschil met de eerste regeling is dat in de tweede regeling scholen en peuterspeelzalen met een met een bereik van 50 % van de doelgroep in aanmerking kunnen komen voor vve-gelden. In de eerste regeling ging het een bereik van 70% van de doelgroepen. De regeling is te downloaden van oa de website van de makelaar VVE (www.vveducatie.nl).
Het project Pedagogische Vernieuwing in Kindercentra (NIZW) afgrond, maar het proces gaat doorHet project startte in 1997 en had een looptijd van drie jaar. Het project werd op 12 december 2000 afgesloten met een werkconferentie, onder de titel "Pedagogisch Vernieuwen: het proces gaat door". Bij het project stond de ontwikkeling van pedagogische vernieuwing in de alledaagse praktijk van kindercentra centraal. Het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn voerde het project uit in opdracht van het Ministerie van VWS. Het project richtte zich niet alleen op het primaire proces (de leidsters en de kinderen) maar ook op de omgeving van kindercentra (de relatie van kindercentra met andere lokale voorzieningen en met gemeentelijk jeugdbeleid). Op het congres van 12 december werden tevens de eindproducten van het project gepresenteerd:
Nadere informatie bij het NIZW: drs. Netty Jongepier; Ingrid Ligtermoet, e-mail: n.jongepier@nizw.nl; c.ligtermoet@nizw.nl. Telefoon (030) 230 64 83, (030) 230 63 64.
BOink op de bres voor het peuterspeelzaalwerk*In het Magazine BOink (nummer 4, december 2000) publiceerde het bestuur van BOink (BOnd van Ouders IN de Kinderopvang) een samenvatting van een door het bestuur van BOink vastgestelde notitie 'Peuterspeelzaalwerk'. Op een zeer heldere manier wordt in de notitie de huidige situatie rond het peuterspeelzaalwerk geïnventariseerde een aantal ontwikkelingen in 'de werksoort peuterspeelzaalwerk' gesignaleerd. Het bestuur van BOink trok de volgende conclusies:
BOink is verder van mening dat het louter stimuleren van peuterspeelzalen in achterstandswijken geen goede zaak is. BOink is van mening dat de basisfunctie eerst op peil moet worden gebracht voordat de specifieke functies aan het werk toebedeeld kunnen worden. Als dat niet gebeurt zou dat volgens BOink een gemiste kans zijn voor de op- en herwaardering van het peuterspeelzaalwerk. "Het peuterspeelzaalwerk moet geen achterstandsvoorziening worden, maar een basisvoorziening die, naast de kinderopvang, toegankelijk is voor alle peuters", aldus het bestuur van BOink. Bond van Ouders IN de Kinderopvang, Maliebaan 80, 3581 CW Utrecht. Tel: 030 231 79 14. Fax: 0303 240 09 27. E-mail: BOink@hetnet.nl. Website: www.boinknet.nl
Nieuws vanuit het landGoed nieuws van de Stichting Peuterspeelzalen NunspeetIn januari 2000 bereikte de Stg. Peuterspeelzalen Nunspeet een dieptepunt. In de beleidsnota van de gemeente Nunspeet werd toen nog steeds uitgegaan van 1 beroepskracht op een groep van 18 peuters, aangevuld met een vrijwilliger. Het draaide om de vrijwilligers. Daar was de Stg. Peuterspeelzalen Nunspeet niet blij mee. Vrijwilligers zijn niet meer te krijgen. De afgelopen jaren heeft de stichting op verschillende manieren de gemeente laten weten dat dit een steeds nijpender probleem werd. Helaas bleef de gemeente Nunspeet op haar standpunt staan. De stichting moest maar nog actiever gaan werven, aldus de gemeente Nunspeet. Maar voor de Stg. Peuterspeelzalen Nunspeet werd de grens bereikt. Los van het feit dat er geen vrijwilligers meer te vinden zijn is de stichting van mening dat er sowieso 2 betaalde beroepskrachten per groep dienen te zijn. Dit vooral om de continuïteit te waarborgen. De Stg. Peuterspeelzalen Nunspeet besloot een andere koers te gaan varen. Allereerst werd er in de Raadszaal van het gemeentehuis een presentatie verzorgd voor de voltallige gemeenteraad van Nunspeet. Tijdens de presentatie bleek ook steeds weer dat het peuterspeelzaalwerk onvoldoende bekend is. Dat wil zeggen dat wat er precies wordt gedaan. De Stg. Peuterspeelzalen Nunspeet ontdekte dat het van groot belang is duidelijk te maken waarin en peuterspeelzaal zich onderscheid van een kinderdagverblijf. De ouders werden door middel van een ouderavond betrokken bij de plannen van de stichting. Op deze manier werd het een gezamenlijk probleem. Een groep van ouders heeft onafhankelijk van elkaar een stukje geschreven voor de commissievergadering van de raadscommissie Welzijn. Tijdens deze commissievergadering hebben zij ingesproken. Niet alleen de stichting, maar ook de commissieleden, waren diep onder de indruk van de gedrevenheid en deskundigheid van de ouders. Dat had effect. De inzet van de organisatie door middel van de presentatie en het inschakelen van de ouders heeft er toe geleid dat de Stg. Peuterspeelzalen Nunspeet vanaf mei 2000 aanzienlijk meer subsidie heeft gekregen. Om de subsidie te verkrijgen heeft de Stg. Peuterspeelzalen wel (opnieuw) de ouderbijdrage moeten verhogen, maar dit stelde de stichting in staat om 2 betaalde beroepskrachten per groep aan te stellen. De stichting gaat door met de verdere professionalisering. De stichting vindt dat de beleidsnota aangepast dient te worden. In de beleidsnota zal ook vastgelegd moeten worden dat de basisvoorziening 'peuterspeelzaal' met 2 betaalde beroepskrachten moet werken en dat er een betaalde coördinator nodig is om de professionalisering van de peuterspeelzalen verder gestalte te geven. Uiteraard wordt dit alles ondersteund door gebruik te maken van de media. Nieuwsbrief "Horen, zien en …. Lezen" nr 1Van de stichting Kinderopvang Nijmegen (KION)* ontving het LPP de eerste Nieuwsbrief( "Horen, zien en … lezen") over de ontwikkelingen rond het taalstimuleringsprogramma "Horen Zien en …. Zeggen". De Nieuwsbrief zal twee keer per jaar verschijnen. In de Nieuwsbrief wil de Stg. KION geïnteresseerden op de hoogte houden van de resultaten en effecten van het door de STG. KION ontwikkelde taalstimuleringsprogramma. Stichting Kinderopvang Nijmegen. Dominicananstraat 91, 6521 KB Nijmegen. Tel: 024 - 360 20 58. Fax: 024 - 323 03 69. E-mail: info@kion.nl. Website: www.kion.nl Piramide postVan de Citogroep* ontving het LPP onlangs de PIRAMIDE - post nr 8. In deze extra editie een verslag van ene bezoek van Koning Beatrix aan een Piramideschool in Rotterdam. Pramide-post verschijnt drie keer per jaar en is bestemd voor een ieder die geïnformeerd wil worden en op de hoogte wil blijven over de ontwikkelingen en resultaten van het educatieve programma PIRAMIDE. Citogroep, Postbus 1034, 6801 MG Arnhem. Tel: 026 352 11 11. Fax: 026 - 352 13 56. E-mail: E-mail: info@citogroep.nl. Internet: www.citogroep.nl. Management Kinderopvang - 2 / 2001In Management Kinderopvang nr 2 stond een uitgebreid interview met de voorzitter van het LPP. In het artikel wordt stil gestaan bij de behoefte aan een landelijk beleidskader peuterspeelzalen. RPCZ Magazine nr 1 februari 2001Van het Regionaal Pedagogisch Centrum Zeeland* (RPZC) ontving het LPP het RPCZ Magazine. In nummer een artikel ("Voor- en Vroegschools") over het gegeven dat kinderen verschillend zijn. Verschillend in gedrag en dus verschillend voor wat betreft de kansen die zij benutten. Het magazine verschijnt 5 keer per jaar. RPCZ. Veersesingel 45, 4332 TA Middelburg. Tel: 0118 - 63 65 25. Fax: 0118 - 63 82 08. Website: www.rpcz.nl
Enquête LPPVolop schaalvergrotingsoperaties binnen het peuterspeelzaalwerkMedio 2000 heeft het LPP haar adressenbestand geactualiseerd. Tevens werden toen in de vorm van een enquête een aantal vragen gesteld naar de lokale stand van zaken. Eén van de vragen had betrekking op schaalvergrotingsoperaties. Gevraagd werd of organisaties voor peuterspeelzaalwerk de afgelopen jaren waren gefuseerd dan wel of men op korte termijn concrete plannen voor een fusie had. Maar liefst 31% van de 201 respondenten beantwoordde deze vraag met 'ja'. Het ging hierbij om het door peuterspeelzalen fuseren met welzijnsorganisaties (16%), met organisaties voor kinderopvang (16%) en met organisaties voor peuterspeelzaalwerk (69%). Maar liefst een 1/3 deel van de reflectanten bleek dus onlangs gefuseerd te zijn dan wel concrete plannen hiertoe te hebben. En het ging hierbij dus om vooral om de samenvoeging van organisaties voor peuterspeelzaalwerk onderling (bijna 70%).
|