|
Nieuwsbrief nummer 8, juni 2001Algemene ontwikkelingenDe sector peuterspeelzaalwerk zelf aan het woord over haar toekomstDe afgelopen 2 maanden hebben er, in het kader van het project 'Sterk peuterspeelzaalwerk' van de VOG, 12 bijeenkomsten plaats gevonden. In iedere provincie werd door de VOG in samenwerking met de betreffende provinciale ondersteuningsorganisatie een discussiebijeenkomst gehouden over de positie en rol van het peuterspeelzaalwerk in Nederland. Het geheel zal leiden tot door het werkveld zelf gevoed beleidsdocument. Het is tijd voor een Algemene Maatregel van Bestuur inclusief een eigen stimuleringsmaatregel peuterspeelzaalwerkLangzamerhand begint het besef door te dringen dat de sector peuterspeelzaalwerk toe is aan een eigen wettelijk kader. Het LPP is van mening dat een voorloper van een dergelijk wettelijk kader in de vorm van een Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB) zal moeten vallen onder de Welzijnswet. Cito pleit niet voor opheffen peuterspeelzalenIn de Volkskrant van woensdag 9 mei jl verscheen onder de titel 'Stuur alle driejarigen naar de basisschool' een artikel over naar aanleiding van een interview met Jef van Kuyk van het Cito. In genoemd artikel werd gepleit voor de afschaffing van de peuterspeelzaal. Het LPP heeft op dit artikel in de vorm van een ingezonden brief onmiddellijk gereageerd. De Volkskrant heeft de brief wegens ruimtegebrek echter niet geplaatst. Van de kant van het Cito is inmiddels via hun website het e.e.a. rechtgezet. Tijdelijke regeling vroegsignaleringHet Rijk neemt met ingang van dit medeverantwoordelijkheid voor het faciliteren van de consultatiebureaus om extra inspanningen te kunnen leveren in het maatwerkdeel van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg (JGZ), waartoe het kabinet vanaf 2001 structureel fl. 35 mln. extra beschikbaar heeft gesteld voor de noodzakelijke professionalisering en extra taken. Een belangrijke taak van de consultatiebureaus is de actieve doorverwijzing van kinderen met een (dreigende) taalontwikkelingsachterstand, waaronder met name ook toeleiding naar voorschoolse voorzieningen. Gemeentelijke herindelingen brengen peuterspeelzalen bij elkaarGemeentelijke herindelingen bieden organisatie voor peuterspeelzaalwerk de kans om de handen ineen te slaan, zoals bijvoorbeeld in de Nieuwe gemeente Overbetuwe. Beleidsbrief peuterspeelzaalwerk in de maakHet Ministerie van VWS bereid momenteel ten behoeve van de Tweede Kamer een beleidsbrief 'Peuterspeelzaalwerk' voor. Het LPP is uitgenodigd deel te nemen aan de bespreking van de concept versie van de beleidsbrief. Onderzoek Regioplan bijna gereed, maar nog niet openbaarHet door Regioplan in opdracht vna het Ministerie van VWS uitgevoerde onderzoek naar de stand van zaken in het peuterspeelzaalwerk in Nederland is inmiddels gereed. Het onderzoeksrapport wordt echter pas in het najaar, samen met de beleidsbrief 'peuterspeelzaalwerk' openbaar. De Stuurgroep Amsterdamse Peuterspeelzalen (STAP) trekt aan de belDe 'Stuurgroep Amsterdamse Peuterspeelzalen' trok bij het LPP aan de bel over het verschil in honorering tussen peuterspeelzaalleidsters vallend onder de Salarisregeling 'Sociaal Cultureel Werk' en leidsters werkend in de Kinderopvang (en peuterspeelzaalleidsters vallend onder de Salarisregeling 'Zelfstandige Peuterspeelzalen'. Tijd voor eenduidigheid in begrippenUit de dagelijkse praktijk blijkt nog steeds dat het tijd wordt voor een eenduidig hanteren van begrippen. Zo wordt als het om peuterspeelzalen gaat hier en daar nog steeds gesproken over 'voorschoolse opvang'.
De sector peuterspeelzaalwerk zelf aan het woord over haar toekomstIn samenspraak met het werkveld werkt de VOG in het kader van het project 'Sterk Peuterspeelzaalwerk' momenteel hard aan de ontwikkeling van een visiedocument "Basisfuncties peuterspeelzaalwerk gepositioneerd in het lokale jeugdbeleid". In dat visiedocument zal / zullen:
Middels een twaalftal provinciale discussiebijeenkomsten werden organisaties voor peuterspeelzaalwerk de afgelopen 2 maanden bij de totstandkoming van dit visiedocument betrokken. Tijdens de bijeenkomsten werd vanuit het werkveld een grote mate van betrokkenheid getoond. Roelanda van Dueren den Hollander (projectleider 'Sterk peuterspeelzaalwerk') vervulde bij deze bijeenkomsten een uitstekende rol als informant over en pleitbezorger van het peuterspeelzaalwerk. Het veld zal vanuit het project 'Sterk peuterspeelzaalwerk' over de resultaten van de bijeenkomsten worden geïnformeerd.
Het is tijd voor een Algemene Maatregel van Bestuur Peuterspeelzaalwerk inclusief een stimulerings-maatregel PeuterspeelzaalwerkTot voor kort pleitten enkele belangenorganisaties voor het gedeeltelijke onderbrengen van een aantal kwaliteitsaspecten van het peuterspeelzaalwerk in de Wet basisvoorziening Kinderopvang (WBK). Dit zou bijvoorbeeld kunnen door middel van een Algemene maatregel van Bestuur (AmvB). Een dergelijk AmvB zou dan vooruitlopend op een mogelijk eigen wettelijk kader t.b.v. het peuterspeelzaalwerk deel uit maken vna de WBK. Het LPP dringt echter sterk aan om een dergelijk wettelijk kader (AmvB) niet onder te brengen bij de WBK, maar onder de Welzijnswet. Uit onderzoek is gebleken (onderzoek vws / DSP 1999) dat in veruit de meeste gevallen het peuterspeelzaalwerk is ondergebracht bij een of meerdere zelfstandige organisaties voor peuterspeelzaalwerk . Daarnaast is een niet onaanzienlijk deel van het peuterspeelzaalwerk ondergebracht bij welzijnsorganisaties. Een relatief klein gedeelte van het peuterspeelzaalwerk is ondergebracht bij organisaties voor kinderopvang. Het overgrote deel van het peuterspeelzaalwerk valt dan ook onder de CAO-welzijn. Vervolgens worden in de diverse beleidsvoornemens rond de Voor- en Vroegschoolse Educatie uitsluitend de peuterspeelzalen, naast de basisscholen en de consultatiebureaus, de belangrijkste partner genoemd. Peuterspeelzaalwerk hoort naar de mening van het LPP dan ook voorlopig thuis binnen de welzijnssector. Een AmvB t.b.v. het peuterspeelzaalwerk (inclusief een eigen stimuleringsmaatregel) hoort naar de mening van het LPP op dit moment dan ook thuis binnen de Welzijnswet.
Cito pleit niet voor opheffen peuterspeelzalenOp woensdag 9 mei jl verscheen er in de Volkskrant een interview met het CITO. In genoemd artikel pleitte het CITO voor het afschaffen van de peuterspeelzaal. Hieronder de reactie (in de vorm van een ingezonden brief aan de Volkskrant) op dit artikel de door het LPP en de reactie van het CITO. Uit de reactie van het CITO zal blijken dat het CITO feitelijk pleit voor: een versterking van de functie van de peuterspeelzaal door goede voorzieningen te treffen die voor alle kinderen gelden. Zo'n voorziening zou laagdrempelig en kosteloos moeten zijn en daarnaast moet er een goede kwaliteitsbewaking komen.
Ingezonden brief LPP aan de Volkskrant"Stuur alle drie jarigen naar de basisschool, Cito pleit voor afschaffing van peuterspeelzalen" De kop van een artikel in de Volkskrant van woensdag 9 mei jl In genoemd artikel wordt een volstrekt verkeerd beeld geschetst van het Nederlandse peuterspeelzaalwerk. Door het Cito wordt gesteld dat peuterspeelzalen er zijn om kinderen van drie tot 4 jaar op te vangen. Waarbij de opvang is bedoeld om de ouders ter wille te zijn. Dit is nu juist niet de kern van het peuterspeelzaalwerk. In de peuterspeelzalen staat juist het kind centraal. Ze zijn er dus omwille van het kind ! Peuterspeelzaalwerk is per definitie gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van peuters, waarbij spelend-leren in feite het centrale begrip is. Vervolgens wordt geconcludeerd dat louter bureaucratische en financiële redenen de scheiding tussen peuterspeelzaal en school in stand houden. Hiermede wordt voorbij gegaan aan de historie van het peuterspeelzaalwerk en aan de reeds jarenlange samenwerking tussen peuterspeelzalen en het basisonderwijs. In met name de grotere steden wordt in het kader van onderwijsvoorrangsbeleid al jaren intensief samengewerkt tussen het basisonderwijs en het peuterspeelzaalwerk. Op basis van wederzijds respect en erkenning. In die samenwerkingstrajecten blijkt steeds weer de waarde van de peuterspeelzaal als uiterst laagdrempelige gemakkelijk bereikbare voorziening. Het is niet voor niets dat het bereik van peuterspeelzalen zo groot is. 'De peuterspeelzaal is goedkoper omdat ze minder professioneel is', stelt het Cito. Het peuterspeelzaalwerk is een aan de lokale overheden gedecentraliseerd beleidsterrein. Peuterspeelzaalwerk is voor een deel, door de lokale politiek, lange tijd niet of nauwelijks serieus genomen. De verschillen tussen gemeenten onderling zijn, als het om peuterspeelzalen gaat, soms extreem groot. En dus ook de mate van professionaliteit. Dit behoeft echter nog niet altijd te betekenen dat de kwaliteit slecht is. Verder wordt op dit moment de noodzaak tot een verdere professionalisering van het peuterspeelzaalwerk steeds breder gedragen. Het is niet alleen het Landelijk Platform Peuterspeelzalen die de broodnodige verdere professionalisering van het peuterspeelzaalwerk onder de aandacht brengt. Zowel van werkgeverszijde (de VOG) als van werknemerszijde (de ABVA/KABO) wordt de noodzaak tot verdere professionalisering steeds luider onder de aandacht gebracht. Daarnaast wordt ook door de ouders, via BOINK (Bond van Ouders In de Kinderopvang), de noodzaak tot verdere professionalisering krachtig onderstreept en maakt de Makelaar VVE (Voor- en Vroegschoolse Educatie) bij herhaling duidelijk dat er in het peuterspeelzaalwerk meer geïnvesteerd dient te worden. Ook vanuit het NIZW (Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn) is de roep tot noodzakelijke verdere professionalisering van het peuterspeelzaalwerk te horen. Peuterspeelzaal en school groeien in de praktijk langzaam steeds meer naar elkaar toe. Met name de ontwikkelingen rond de 'Voor- en Vroegschoolse Educatie' zijn hier mede debet aan. Er ligt een groot gezamenlijk belang. Op zich is het een goede zaak indien het basisonderwijs en het peuterspeelzaalwerk werken aan een gezamenlijke missie: nl het bevorderen van continuïteit en samenhang in de pedagogische benadering en de wijze van aanpak van de Voor- en Vroegschoolse Educatie. Dat gezamenlijk werken aan een dergelijke missie dient dan echter wel te geschieden vanuit een wederzijds respect. Het elkaar beschouwen als gelijkwaardige partners. Een stelling als 'schaf de peuterspeelzaal maar af' geeft nu niet bepaald blijk van gelijkwaardigheid. En dat is te betreuren. Namens het Landelijk Platform Peuterspeelzalen Ton Biesta
Op de website van het CITO was de volgende rectificatie te lezenPeuterspeelzaal opheffen? In de Volkskrant van dinsdag 8 mei* staat met grote letters: Cito pleit voor afschaffing peuterspeelzaal. De aanleiding was een interview waarin dr. Jef J. van Kuyk de onderzoeksgegevens bekend maakte van de effectiviteit van de Piramide-methode van de Citogroep. Uit het onderzoek blijkt, dat kinderen die de Piramide-methode volgen een ontwikkelingsversnelling doormaken. De kans op succes is het grootst als de kinderen vanaf de peuterspeelzaal deelnemen aan het programma en als het wordt gecontinueerd in groep 1 en 2 van de basisschool. Dit geldt zowel voor allochtone en Nederlandse achterstandskinderen als voor andere kinderen. Dit leidt tot de conclusie: vroeg beginnen in de peuterspeelzaal en lang doorgaan in de basisschool. De peuterspeelzaal speelt dus een belangrijke rol in het opbouwen van het succes. Om een doorgaande lijn te realiseren pleit Van Kuyk ervoor de peuterspeelzaal en de basisschool nauw bij elkaar te betrekken, zowel organisatorisch als inhoudelijk als beleidsmatig. De meest voor de hand liggende manier om dat te realiseren is de peuterspeelzaal aan de basisschool te verbinden of te plaatsen in de basisschool. Dit deed de Volkskrant veronderstellen dat de peuterspeelzaal kan worden opgeheven. Het tegenovergestelde is waar: de peuterspeelzaal moet een belangrijke rol spelen in het educatieve systeem. Nu staat de peuterspeelzaal nog veelal los van de basisschool. Iets meer dan vijftig procent van de kinderen bezoekt een speelzaal en meestal maar twee dagdelen per week. De functie van de peuterspeelzaal moet versterkt worden door goede voorzieningen te treffen die voor alle kinderen gelden. De voorziening moet laagdrempelig zijn en kosteloos en er moet een goede kwaliteitsbewaking zijn. Voor ouders is de peuterspeelzaal in de basisschool een heldere voorziening, waar iedereen vertrouwen in kan hebben. Dat vraagt van de basisschool wel een heroriëntatie op haar pedagogische taak: het geschikt maken van de school voor een rijke speel- en leeromgeving voor de jongste groepen van tweeënhalf tot zes jaar, het scheppen van een veilig klimaat en goed opgeleide leidsters. Het pedagogisch klimaat dat er in de peuterspeelzalen heerst zou een voorbeeldfunctie kunnen hebben voor het pedagogisch klimaat in de basisschool. Ook de conditie van een gunstige kind-leidster ratio - 12 tot 15 kinderen met 1 leidster - zou overgenomen moeten worden. (* Woensdag 9 mei) Conclusie van het CITO: De peuterspeelzaal moet dus niet worden afgeschaft, maar moet een veel belangrijker plaats innemen in de educatieve voorzieningen, gekoppeld aan de basisschool. De brede school is een voorziening waarin een dergelijke peuterspeelzaal of voorschool, zoals in Amsterdam en Rotterdam, uitstekend kunnen passen.
Tijdelijke regeling 'vroegsignalering'Het kabinet geeft hoge prioriteit aan de aanpak van de achterstandsproblematiek van grote groepen kinderen die ten gevolge van hun specifieke levensomstandigheden of ontwikkelingsstoornis risico lopen op ontwikkelingsachterstanden. Het Kabinet heeft tot doel om (dreigende) achterstanden van kinderen op jonge leeftijd aan te pakken. Daartoe hoort uiteraard ook de aanpak vanuit de optiek van de volksgezondheid. Afgesproken is dat het Rijk medeverantwoordelijkheid neemt voor het faciliteren van de consultatiebureaus om extra inspanningen te kunnen leveren in het maatwerkdeel van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg (JGZ), waartoe het kabinet vanaf 2001 structureel fl. 35 mln. extra beschikbaar heeft gesteld voor de noodzakelijke professionalisering en extra taken. De middelen zullen worden ingezet voor globaal de volgende door consultatiebureaus uit te voeren taken:
De doelgroep bestaat uit kinderen van 0 tot 4 jaar. Om te realiseren dat daadwerkelijk alle kinderen uit de doelgroep worden bereikt, is het nodig dat ouders uit achterstandsgroepen met kinderen van zeer jonge leeftijd (kunnen) worden aangesproken. Consultatiebureaus spelen hierin vanwege hun grote bereik een belangrijke rol. Voor een effectieve signalering, doorverwijzing, motivering en begeleiding van ouders is een sluitend netwerk van in ieder geval consultatiebureaus, GGD-en, peuterspeelzalen en basisscholen vereist.
Gemeentelijke herindelingen brengen peuterspeelzalen om de tafelEen gemeentelijke herindeling leidt in de meeste gevallen tot herformulering van beleid. Dus ook op het terrein van het peuterspeelzaalwerk. Nieuw ontstane gemeenten hebben na een herindeling ineens te maken met meerdere organisaties voor peuterspeelzaalwerk en zullen de noodzaak voelen tot afstemming van het door de oude gemeenten gevoerde beleid. Organisaties voor peuterspeelzaalwerk kunnen vervolgens afwachten tot het moment dat een gemeente het initiatief tot afstemming vna beleid neemt. Maar ze kunnen dat ook zelf doen. Een voorbeeld hiervan is de nieuwe gemeente Overbetuwe. De gemeente Overbetuwe bestaat uit 11 kernen: Elst (de voormalige gemeente Elst), Heteren, Driel en Randwijk (de voormalige gemeenten Heteren), Andelst, Hemmen, Herveld, Oosterhout, slijk-Ewijk, Valburg en Zetten (voormalige gemeente Valburg). Op initiatief van de organisaties voor peuterspeelzaalwerk uit Elst en Zetten kwamen onlangs alle peuterspeelzalen uit de 3 oude gemeenten bij elkaar om in een eerst verkennend overleg te kijken wat zijn mogelijkerwijs gezamenlijk zouden kunnen ondernemen. Een en ander gevoed door het besef dat het beter en verstandiger is om de gemeente een slag voor te zijn en te zorgen dat je als organisaties voor peuterspeelzaalwerk op één lijn zit en te zorgen voor een gezamenlijk optrekken richting gemeente. Op zich een heel verstandig initiatief daar in de gemeente Overbetuwe. Een initiatief dat zeker navolging verdient.
De 'Stuurgroep Amsterdamse Peuterspeelzalen' trekt aan de bel.(Buiten verantwoordelijkheid van de redactie van de LPP Nieuwsbrief). Van de 'Stuurgroep Amsterdamse Peuterspeelzalen' (STAP) ontving het LPP de volgende ingezonden brief dd 25/5/01): Met deze brief willen wij graag aandacht vragen voor de activiteiten van de .Stuurgroep Amsterdamse Peuterspeelzalen (STAP). Volgens de CAO welzijn valt de functiewaardering van de peuterspeelzaalleidster onder PllA. Wij zijn echter van mening dat PlIB van toepassing is op onze werkzaamheden. Volgens de beschrijving van PllA werkt een peuterleidster onder leiding van een andere functionaris. Wij moeten echter zelfstandig onze ziektevervanging regelen, stagebegeleiding geven, de wachtlijst beheren, de kennismakingsgesprekken alsmede de oudergesprekken voeren, de kas beheren en het inhoudelijk beleid ontwikkelen. Hieruit blijkt dat wij niet onder leiding van de operationeel managers werken, maar onder verantwoordelijkheid van de operationeel managers, zoals omschreven bij PIIB. Ook zijn wij van mening dat de omschrijving, zoals vermeld bij PIIA , betreffende ons takenpakket niet meer van toepassing is. Hierin staat dat peuterleidsters gevarieerde, eenvoudige activiteiten aan moeten bieden. Gezien de veranderde samenstelling van de bevolking, en de daarmee gepaard gaande verzwaring van ons takenpakket, stemmen wij wel degelijk onze activiteiten af op de specifieke leefomstandigheden van de peuters, gericht op het aanbieden van speelmogelijkheden en verzorging en op het bieden van aanvullende ontwikkelingsmogelijkheden (taalontwikkeling, motoriekontwikkeling, spelontwikkeling, creativiteitsontwikkeling, enzovoorts), zoals omschreven bij PIIB in het handboek CAO Welzijn. Bovendien staan wij als enige gediplomeerde, geholpen door een ouder of een groepshulp, voor de groep. De eisen die aan de kwaliteit van de peuterleidster worden gesteld, worden steeds hoger, met name omdat juist in de peuterspeelzaal ontwikkelingsachterstanden gesignaleerd dienen te worden, en met subsidie van de overheid in het kader van de Voor en Vroegschoolse Educatie (WE) zoveel mogelijk opgeheven dienen te worden. Daar komt nog bij dat de leidsters van de naschoolse opvang en kinderdagverblijven* inmiddels kunnen doorgroeien tot schaal 19, en bij PllA de maximale schaal 18 is. De Stuurgroep Amsterdamse Peuterspeelzalen is van mening dat peuterleidsters onder de PIIB functiewaardering vallen en zou het zeer waarderen indien u aandacht aan ons streven wil besteden. Voor meer informatie kan men zich wenden tot de 'Stuurgroep Amsterdamse Peuterspeelzalen, Ruth Monas, Donker Curtiusstraat 8 T, 1051 JN Amsterdam. Tel: 020 386 85 98 * De peuterspeelzaalleidsters werkzaam bij zelfstandige organisaties voor peuterspeelzaalwerk en dus vallend onder de salarisregeling Zelfstandige Peuterspeelzalen, hebben eveneens een doorloop tot schaal 19 (red. Nieuwsbrief).
Tijd voor eenduidigheid in begrippenRegelmatig worden er begrippen gebruikt die onjuist zijn en tot verwarring leiden. Zeker als het gaat om peuterspeelzalen. Zo komt het nogal eens voor dat men in het veld of bij gemeenten, in relatie tot onder andere het peuterspeelzaalwerk, de term 'voorschoolse opvang' gebruikt. Zo lopt in Epe het project ProVO (Project Voorschoolse Opvang). Een project rond taal- en ontwikkelingsstimulering bij jonge kinderen. Verschillende programma's zijn hiervoor ontwikkeld. ProVO wordt uitgevoerd in de gemeente Epe. De peuterspeelzalen 't Kwetternest in Vaassen en 't Hummelhoekje in Epe werken met dit programma. De term Voorschoolse Opvang heeft echter betrekking op de dagelijkse opvang van kinderen van 4 - 13 jaar gedurende de tijd voorafgaand aan het tijdstip dat de school begint en de ouders reeds naar hun werk zijn. Zo is er ook naschoolse opvang. De voor- en naschoolse opvang wordt gezamenlijk ook wel de buitenschoolse opvang genoemd.
Nieuws vanuit het landVrije peutergroepenHet LPP ontving een uitnodiging van de Bond van Vrije Scholen voor het bijwonen van de presentatie van de brochure 'Kwaliteit in beeld''. In deze brochure geeft Eva P. Hupkes een antwoord op de vraag 'Waar gaat het goed met de peutergroep ?' Peutergroepen maken een onvervangbaar deel uit van de vrijeschoolbeweging en vormen het voorportaal voor kleuterklassen en onderbouw,aldus de redactie van 'kwaliteit in beeld". De redactie wil door middel van deze brochure niet vervallen in zwaarmoedigheid en juist aandacht schenken aan wat er goed gaat, naast allerlei problemen rond huisvesting, salariëring, inpassing in regelgeving en continuïteit. De brochure is te bestellen bij de Bond van Vrije Scholen, Hoofdstraat 14 B, 3972 LA Driebergen (tel: 0343 - 53 60 60). Brochure 'Knikkers en Blokken'Van het Brabants Steunpunt Jeugdwelzijn (BSJ) ontving het LPP de brochure 'Knikkers en Blokken, peuters en VVE-beleid'. De brochure gaat vooral over de rol van het peuterspeelzaalwerk binnen de Voor- en Vroegschoolse Educatie. In beeld de Stichting Peuterspeelzalen Bergen op Zoom, de Stichting Peuterspeelzalen Oss en de Stichting Peuterspeelzalen Boxtel. Het BSJ, Postbus 2347, 5202 CH 's Hertogenbosch (tel: 073 - 614 17 74). Ontwikkelingen in de gemeenten OoststellingwerfDe gemeente Ooststellingwerf presenteert door middel van de notitie 'De kleine Stap(t) in de goede richting' de plannen voor een verdergaande professionalisering van het peuterspeelzaalwerk. De gemeente Ooststellingwerf constateert dat een verdergaande professionalisering vraagt om professionele leiding en een professioneel bestuur. Daarnaast constateert de gemeente Ooststellingwerf dat schaalvergroting of een verdere vorm vna samenwerking noodzakelijk is om in te kunnen spelen op de vele ontwikkelingen. Verder vindt de gemeente Ooststellingwerf het noodzakelijk te streven naar een centraal werkgeverschap en standaardisatie van uren van de leidsters. Lpp niet in het rijtje van organisaties voor kinderopvangIn de VTO - Nieuwsbrief van April 2001 vermeldt de Stichting VTO-Ondersteuning Nederland het LPP in de lijst van Landelijke organisaties kinderdagverblijven. Op zich is het LPP verheugd over de opname van haar adres in het Nieuwsbulletin, maar uiteraard hoort het LPP niet thuis in het rijtje van landelijke organisaties van kinderdagverblijven. Het LPP heeft dan ook gevraagd haar contactadres te vermelden onder het kopje: landelijk organisatie voor peuterspeelzaalwerk. (VTO = Vroegtijdige Onderkenning Ontwikkelingsstoornissen). Ontwikkelingen in VeghelIn Veghel heeft de gemeenteraad de beleidsnota 'Peuterspeelzaalwerk gemeente Veghel' vastgesteld. De gemeente achtte het gewenst dat in het kader van de voorbereiding op de basisschool het peuterspeelzaalwerk verder werd geprofessionaliseerd. Alle speelzalen hebben in eerste instantie een basisfunctie. In wijken waar sprake is van achterstand kunnen plusfuncties worden ingevoerd (Informatie: Erik Tausch, gemeente Veghel, tel. (0413) 38 64 76). Samenwerking peuterspeelzalen en basisscholen stroomlijnenOm de samenwerking tussen de speelzalen en basisscholen te stroomlijnen heeft Stichting De Meeuw de map Peuters en kleuters uitgegeven. De map beschrijft mogelijkheden, uitgangspunten, randvoorwaarden en regelingen. Verdere professionalisering van voor- en vroegschoolse voorzieningen sluit aan bij het Rotterdamse 'Tweede Thuisproject'. Els Kuyper, wethouder Onderwijs en Jeugdbeleid schrijft in het voorwoord van de map Peuters & Kleuters: 'Met de Operatie 'Tweede Thuis' hopen we elk kind een veilige en stimulerende opvangmogelijkheid te bieden, naast de plek in het gezin thuis. Veel jonge kinderen in Rotterdam kunnen een steuntje in de rug goed gebruiken, bijvoorbeeld omdat ze thuis een andere taal spreken. Voor hen is een peuterspeelzaal die samenwerkt met een basisschool een goede plek waar ze hun speelerva-ring kunnen verruimen.' 'Peuters & kleuters, Een handreiking tussen peuterspeelzaal en basisschool'. 1999. Stichting De Meeuw, Postbus 57689, 3008 BR Rotterdam, telefoon (010) 486 30 22. e-mail: stichting@de-meeuw.nl; internet www.de-meeuw.nl De VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) stuurde onlangs aan al haar leden een brief over de problemen waar gemeenten tegenaan liepen bij de implementatie van de Vve-regeling. Door middel van die brief werden de leden geïnformeerd over de interpretatie van de Regeling Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE-regeling) en over de wijze waarop een aantal onduidelijkheden zoudne kunnen worden opgelost. T.a.v. het peuterspeelzaalwerk stond het volgende in de brief vermeld: "De positie van peuterspeelzalen verschilt per gemeente. In de ene gemeente is sprake van een fijnmazig netwerk van voorzieningen en een vergaande mate van professionalisering, elders is peuterspeelzaalwerk uitsluitend te vinden als vrijwilligersorganisatie. Ook zijn er gemeenten waarin het peuterspeelzaalwerk tot op heden ontbreekt. De mate waarin gemeenten voorschoolse voorzieningen subsidiëren, de samenwerkingstradities met het basisonderwijs, het bereik onder kinderen met een dreigende (taal)achterstand, de omvang en toegankelijkheid van het aanbod, o.a. door de hoogte van ouderbijdragen, dit alles wordt bepaald door lokale beleidsuitgangspunten, waardoor er aanzienlijke verschillen kunnen bestaan. Uiteraard is dit een bij decentralisatie horend verschijnsel, dat op zichzelf positief is vanwege de mogelijkheid aan te sluiten bij lokale wensen en ambities. Bij het uitvoeren van een landelijke regeling zeker wanneer intensief samengewerkt wordt met meer centraal gestuurde onderwijsvoorzieningen, kan dit bestuurlijk enige hoofdbrekens kosten".
|